Introductie van euromunten en -biljetten
Op 1 januari 2002 kwamen euromunten en -biljetten in omloop in twaalf landen. In Nederland kon tot en met 28 januari 2002 nog met guldens worden betaald.
Kernfeiten
- Datum
- 1 januari 2002
- Landen
- 12
- Laatste dag betalen met guldens
- 28 januari 2002
- Geproduceerd
- circa 15 miljard biljetten en 52 miljard munten
- EUR/USD begin januari 2002
- circa 0,90 dollar
Effect op de EUR/USD koers
Uitgangspunt: 0,8901 dollar per euro op 31 december 2001, de laatste handelsdag vóór de gebeurtenis.
- 1 week later
- 0,8925
- +0,27%
- 1 maand later
- 0,8594
- −3,45%
- 3 maanden later
- 0,8782
- −1,34%
- 1 jaar later
- 1,0485
- +17,80%
Positief = de euro werd meer dollar waard. Koersen zijn officiële dagkoersen; tijdens de handelsdag kunnen de uitschieters groter zijn geweest. Bekijk de koers op 31 dec 2001
De euro in de portemonnee
Drie jaar nadat de euro giraal was ingevoerd, kwamen op 1 januari 2002 de munten en biljetten in omloop. Dat gebeurde in twaalf landen: de elf landen van het eerste uur plus Griekenland, dat in 2001 was toegetreden. De gulden, de Duitse mark, de Franse franc, de lire en de andere nationale munten verdwenen in korte tijd uit het betalingsverkeer.
Voor de overstap werden circa 15 miljard bankbiljetten en ongeveer 52 miljard munten geproduceerd. Banken en winkels hadden al in de laatste maanden van 2001 voorraden euro’s ontvangen, en consumenten konden vanaf december 2001 startpakketjes met euromunten kopen.
De eurobiljetten zien er in alle landen hetzelfde uit. De munten hebben een gemeenschappelijke voorkant en een nationale achterkant; op de Nederlandse munten stond destijds koningin Beatrix. Alle euromunten zijn in de hele eurozone geldig, ongeacht het land van herkomst.
Korte periode van dubbel geld
In elk land gold een overgangsperiode waarin naast de euro ook nog met de oude munt kon worden betaald. In Nederland was die periode kort: tot en met 28 januari 2002 werden guldens nog als betaalmiddel geaccepteerd. In de andere landen eindigde de dubbele omloop uiterlijk op 28 februari 2002.
Daarna kon het oude geld alleen nog worden ingewisseld. Guldenmunten kunnen niet meer worden omgewisseld, maar guldenbiljetten kunnen bij De Nederlandsche Bank nog tot 1 januari 2032 worden ingeleverd.
De koers tegenover de dollar
Op de valutamarkt veranderde de fysieke introductie weinig: de euro werd immers al sinds 1999 verhandeld. Begin januari 2002 stond de koers rond 0,90 dollar, ver onder de startkoers van 1999. In de weken daarna zakte de euro nog iets verder, tot ongeveer 0,86 dollar eind januari.
In de loop van 2002 keerde het tij. De dollar verzwakte door renteverlagingen van de Fed, het grote Amerikaanse tekort op de lopende rekening en boekhoudschandalen bij bedrijven als Enron en WorldCom. Medio 2002 was de euro weer meer dan 1 dollar waard en het jaar eindigde rond 1,05 dollar.
Gevoelde prijsstijgingen
Veel consumenten hadden het gevoel dat de euro het leven duurder maakte, omdat sommige prijzen bij de omrekening naar boven werden afgerond, vooral in de horeca en bij diensten. Volgens statistische bureaus was het effect op de totale inflatie echter beperkt. Het gevoel dat “alles duurder werd” bleef desondanks lang hangen.