Naar inhoud
$usdollar.nl
Dollar

Bretton Woods: de dollar wordt de spil van het wereldgeldstelsel

In juli 1944 spraken 44 landen in het Amerikaanse Bretton Woods een nieuw internationaal geldstelsel af, met de dollar als ankermunt en goud als basis. Ook het IMF en de Wereldbank zijn hier geboren.

Kernfeiten

Conferentie
1 t/m 22 juli 1944
Deelnemers
44 landen
Goudprijs
35 dollar per troy ounce
Nieuwe instellingen
IMF en Wereldbank

Een conferentie midden in de oorlog

Terwijl de Tweede Wereldoorlog nog volop woedde, kwamen in juli 1944 afgevaardigden uit 44 geallieerde landen bijeen in een hotel in Bretton Woods, in de Amerikaanse staat New Hampshire. Van 1 tot en met 22 juli onderhandelden zij over de vraag hoe de wereldeconomie er na de oorlog uit moest zien.

De les uit de jaren dertig stond centraal. Toen hadden landen hun munten om het hardst gedevalueerd en handelsbarrières opgeworpen, wat de crisis verdiepte. Dat moest voortaan voorkomen worden. De belangrijkste architecten waren de Brit John Maynard Keynes en de Amerikaan Harry Dexter White.

Goud, dollar en vaste koersen

Het resultaat was een stelsel van vaste maar aanpasbare wisselkoersen. De Verenigde Staten beloofden dat buitenlandse centrale banken hun dollars altijd konden inwisselen voor goud, tegen een vaste prijs van 35 dollar per troy ounce. Andere landen koppelden hun munt op hun beurt aan de dollar, binnen een smalle marge.

Zo werd de dollar de spil van het hele systeem. Dat was geen toeval: de VS waren economisch verreweg de sterkste mogendheid en bezaten het grootste deel van de goudvoorraad van de wereld. Andere munten waren alleen indirect, via de dollar, aan goud gekoppeld.

IMF en Wereldbank

In Bretton Woods werden ook twee nieuwe instellingen opgericht. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moest toezien op het wisselkoersstelsel en landen met betalingsproblemen tijdelijk bijspringen. De Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, beter bekend als de Wereldbank, ging leningen verstrekken voor de wederopbouw van het verwoeste Europa. Beide instellingen bestaan nog steeds en hebben hun hoofdkantoor in Washington.

Wat betekende het voor Nederland?

Nederland was een van de deelnemende landen. Na de oorlog kreeg de gulden een vaste koers tegenover de dollar. Die werd een paar keer aangepast: in 1949 devalueerde de gulden, waarna een dollar 3,80 gulden kostte, en in 1961 werd de gulden opgewaardeerd naar 3,62 gulden per dollar.

Voor gewone Nederlanders betekende het systeem decennialang voorspelbaarheid: de prijs van de dollar lag vast, wat handel en investeringen makkelijker maakte. Het stelsel hield stand tot 1971, toen de VS de inwisselbaarheid van de dollar in goud opschortten. Toch draagt de wereld de erfenis van Bretton Woods nog altijd mee: de dollar is tot op de dag van vandaag de belangrijkste reservemunt.

Bronnen