Naar inhoud
$usdollar.nl
Dollar

De Nixon-schok: het einde van de goudkoppeling van de dollar

Op 15 augustus 1971 kondigde president Nixon aan dat buitenlandse centrale banken hun dollars niet langer konden inwisselen voor goud. Daarmee kwam een einde aan het stelsel van Bretton Woods en begon het tijdperk van zwevende wisselkoersen.

Kernfeiten

Aankondiging
15 augustus 1971
Maatregelen
Goudloket dicht, 10% importheffing, loon- en prijsstop
Smithsonian-akkoord
December 1971
Vrij zwevende koersen
Vanaf maart 1973

Een systeem onder druk

Sinds Bretton Woods (1944) konden buitenlandse centrale banken dollars inwisselen voor goud tegen 35 dollar per ounce. In de jaren zestig werd die belofte steeds minder geloofwaardig. De Amerikaanse overheid gaf veel uit, onder meer aan de Vietnamoorlog, de inflatie liep op en er circuleerden in het buitenland veel meer dollars dan de VS aan goud in kas hadden.

Steeds meer landen twijfelden of de dollar zijn waarde zou houden. In mei 1971 lieten West-Duitsland en Nederland hun munten al los van de afgesproken koers, nadat er massaal geld naar de mark en de gulden was gestroomd.

De toespraak van 15 augustus

Na een geheim overleg met zijn adviseurs in Camp David sprak president Richard Nixon op zondagavond 15 augustus 1971 het Amerikaanse volk toe via de televisie. Hij kondigde een pakket maatregelen aan: het zogenoemde goudloket ging dicht, zodat buitenlandse centrale banken hun dollars niet meer konden omwisselen voor goud. Daarnaast kwam er een tijdelijke heffing van 10 procent op invoer en een bevriezing van lonen en prijzen.

De maatregelen werden in de VS goed ontvangen, maar in de rest van de wereld sloegen ze in als een bom. Het fundament onder het internationale geldstelsel was in één klap weggevallen.

Van Smithsonian naar zwevende koersen

In december 1971 probeerden de rijkste landen het stelsel te redden met het Smithsonian-akkoord, genoemd naar het museum in Washington waar werd onderhandeld. De dollar werd gedevalueerd, de officiële goudprijs ging omhoog naar 38 dollar per ounce en andere munten werden opgewaardeerd. Ook mochten koersen voortaan iets ruimer schommelen.

Het akkoord hield geen stand. Begin 1973 kwam de dollar opnieuw onder druk en werd hij nogmaals gedevalueerd. Vanaf maart 1973 lieten de grote industrielanden hun munten vrij zweven tegenover de dollar. Dat is in grote lijnen nog steeds het systeem waarin we leven.

Waarom dit nog steeds telt

Sinds 1971 wordt de waarde van de dollar niet meer bepaald door goud, maar door vraag en aanbod op de valutamarkt, en dus door rente, inflatie, economische groei en vertrouwen. Voor Nederland betekende het dat de koers van de gulden tegenover de dollar voortaan dagelijks kon bewegen. Europese landen probeerden hun onderlinge koersen wel stabiel te houden, eerst met de zogenoemde slang en later met het Europees Monetair Stelsel. Die zoektocht naar stabiliteit leidde uiteindelijk tot de euro.

Bronnen