ECB start met kwantitatieve verruiming (januari 2015)
Op 22 januari 2015 kondigde de ECB een groot opkoopprogramma aan van 60 miljard euro per maand. De euro zakte in de weken daarna naar het laagste niveau in twaalf jaar tegenover de dollar.
Kernfeiten
- Omvang
- 60 miljard euro per maand
- Start opkopen
- Maart 2015
- Geplande looptijd
- Minstens tot september 2016
- Totaal
- Ruim 1.000 miljard euro
- Laagste koers 2015
- circa 1,05 dollar (maart)
Effect op de EUR/USD koers
Uitgangspunt: 1,1583 dollar per euro op 21 januari 2015, de laatste handelsdag vóór de gebeurtenis.
- 1 week later
- 1,1308
- −2,37%
- 1 maand later
- 1,1371
- −1,83%
- 3 maanden later
- 1,0803
- −6,73%
- 1 jaar later
- 1,0814
- −6,64%
Positief = de euro werd meer dollar waard. Koersen zijn officiële dagkoersen; tijdens de handelsdag kunnen de uitschieters groter zijn geweest. Bekijk de koers op 21 jan 2015
Geld bijdrukken op grote schaal
Ondanks de negatieve rente die de ECB in 2014 had ingevoerd, bleef de inflatie in de eurozone dalen. Eind 2014 lagen de prijzen zelfs lager dan een jaar eerder, mede door de sterk gedaalde olieprijs. De rente kon nauwelijks nog verder omlaag, dus greep de centrale bank naar een ander middel: kwantitatieve verruiming, beter bekend als QE (quantitative easing).
Op 22 januari 2015 maakte ECB-president Mario Draghi bekend dat de centrale bank vanaf maart elke maand voor 60 miljard euro aan obligaties zou opkopen, waaronder staatsobligaties van eurolanden. Het programma zou minstens tot september 2016 lopen, wat neerkwam op een totaal van ruim 1.000 miljard euro. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan hadden zulke programma's al eerder ingezet.
Hoe werkt kwantitatieve verruiming?
Bij QE koopt de centrale bank op grote schaal obligaties van banken en beleggers, betaald met nieuw gecreëerd geld. Daardoor stijgen de prijzen van die obligaties en daalt de rente erop. Het doel is dat lenen voor overheden, bedrijven en huishoudens goedkoper wordt, zodat er meer wordt uitgegeven en geïnvesteerd en de inflatie weer richting het doel van de ECB beweegt.
Een bijeffect is dat beleggers in euro's minder rendement krijgen. Een deel van hen zoekt daarom zijn heil elders, bijvoorbeeld in Amerikaanse obligaties met een hogere rente. Dat zet de euro onder druk.
De euro zakt richting 1,05 dollar
De markten hadden al op een opkoopprogramma gerekend, maar de omvang viel hoger uit dan veel beleggers hadden verwacht. Op de dag van de aankondiging en de dag erna verloor de euro enkele centen, van rond 1,16 naar ongeveer 1,13 dollar. Ter vergelijking: begin januari stond de euro nog boven 1,20 dollar.
De daling zette door toen de opkopen in maart echt begonnen. Medio maart 2015 zakte de euro tot circa 1,05 dollar, het laagste niveau sinds 2003. Daarna stabiliseerde de koers en bewoog de euro de rest van het jaar grotendeels tussen 1,05 en 1,15 dollar.
Gevolgen voor Nederland
Voor Nederlandse huizenkopers was QE gunstig: de lange rente daalde verder en hypotheken werden goedkoper. Spaarders en pensioenfondsen hadden het daarentegen zwaar, omdat de lage rente het rendement op veilige beleggingen drukte. Juist de lage rente was een belangrijke reden voor de krappe dekkingsgraden van pensioenfondsen in die jaren.
De zwakke euro maakte reizen naar de Verenigde Staten duurder en drukte de voordelen van de lagere olieprijs aan de pomp enigszins, omdat olie in dollars wordt afgerekend. Exporteurs profiteerden juist van een concurrerende euro.