ECB voert negatieve rente in (juni 2014)
Op 5 juni 2014 werd de ECB de eerste grote centrale bank die haar depositorente onder nul bracht. Het was het begin van een lange periode van extreem goedkoop geld, waarin de euro flink terrein verloor op de dollar.
Kernfeiten
- Depositorente
- -0,10% (was 0%)
- Herfinancieringsrente
- 0,15%
- Extra maatregel
- Gerichte langlopende leningen (TLTRO)
- EUR/USD mei 2014
- circa 1,39 dollar
- EUR/USD eind 2014
- circa 1,21 dollar
Effect op de EUR/USD koers
Uitgangspunt: 1,3618 dollar per euro op 4 juni 2014, de laatste handelsdag vóór de gebeurtenis.
- 1 week later
- 1,3556
- −0,46%
- 1 maand later
- 1,3609
- −0,07%
- 3 maanden later
- 1,2927
- −5,07%
- 1 jaar later
- 1,1107
- −18,44%
Positief = de euro werd meer dollar waard. Koersen zijn officiële dagkoersen; tijdens de handelsdag kunnen de uitschieters groter zijn geweest. Bekijk de koers op 4 jun 2014
Een rente onder nul
In het voorjaar van 2014 maakte de Europese Centrale Bank zich grote zorgen. De eurozone kwam maar moeizaam uit de schuldencrisis, de werkloosheid in Zuid-Europa was hoog en de inflatie lag ver onder het doel van net onder 2 procent. Er werd zelfs openlijk gesproken over het gevaar van deflatie: een situatie waarin prijzen dalen en consumenten en bedrijven uitgaven uitstellen.
Op 5 juni 2014 greep de ECB in. De depositorente, de vergoeding die banken krijgen als ze geld bij de centrale bank stallen, ging van 0 naar -0,10 procent. Banken moesten dus betalen om geld te parkeren. Daarmee was de ECB de eerste grote centrale bank die deze stap zette. Tegelijk ging de belangrijkste herfinancieringsrente omlaag naar 0,15 procent.
Goedkope leningen voor banken
Naast de renteverlaging kondigde de ECB een nieuw programma aan van gerichte langlopende leningen aan banken, de zogeheten TLTRO's. Banken konden tegen gunstige voorwaarden geld lenen, op voorwaarde dat ze dat doorgaven aan bedrijven en huishoudens. Het idee was simpel: geld oppotten werd duur, geld uitlenen werd aantrekkelijk.
In september 2014 verlaagde de ECB de depositorente nog een stap verder, en in de jaren daarna zou de rente nog dieper in negatief terrein zakken. Pas in 2022 kwam er een einde aan de negatieve rente.
Gevolgen voor de euro en de dollar
Een lagere rente maakt een munt minder aantrekkelijk voor beleggers, die hun geld liever stallen waar het meer oplevert. In de Verenigde Staten werd juist al gesproken over het moment waarop de Federal Reserve de rente weer zou verhogen. Dat verschil in beleid trok kapitaal richting de dollar.
Het effect werd vooral in de tweede helft van 2014 zichtbaar. Begin mei stond de euro nog op bijna 1,39 dollar, het hoogste niveau van dat jaar. Eind december was dat teruggezakt tot rond 1,21 dollar, een daling van ongeveer 13 procent in ruim een half jaar. De verwachting dat de ECB nog verder zou gaan, met grootschalige opkopen van obligaties, versterkte die beweging.
Wat betekende dit voor Nederlanders?
Voor spaarders brak een moeilijke tijd aan. De spaarrente bij Nederlandse banken daalde de jaren daarna naar vrijwel nul, en grote vermogens kregen later zelfs te maken met negatieve rente op hun tegoeden. Wie een huis kocht, profiteerde juist: de hypotheekrente zakte naar historisch lage niveaus.
De goedkopere euro maakte vakanties naar de Verenigde Staten en aankopen in dollars duurder. Voor Nederlandse exporteurs die buiten Europa verkopen, was een zwakkere euro juist gunstig, omdat hun producten voor buitenlandse klanten goedkoper werden.