Europese schuldencrisis: het noodpakket van 750 miljard euro
Op 10 mei 2010 kondigden de EU en het IMF een vangnet van 750 miljard euro aan en begon de ECB met het opkopen van staatsobligaties. Het was een cruciaal moment in de Europese schuldencrisis.
Kernfeiten
- Noodpakket
- 750 miljard euro (10 mei 2010)
- Opbouw
- EFSM 60 + EFSF 440 + IMF 250 miljard
- Eerste Griekse steun
- 110 miljard euro (2 mei 2010)
- Laagste koers 2010
- circa 1,20 dollar (begin juni)
Effect op de EUR/USD koers
Uitgangspunt: 1,2721 dollar per euro op 7 mei 2010, de laatste handelsdag vóór de gebeurtenis.
- 1 week later
- 1,2299
- −3,32%
- 1 maand later
- 1,2045
- −5,31%
- 3 maanden later
- 1,3242
- +4,10%
- 1 jaar later
- 1,4358
- +12,87%
Positief = de euro werd meer dollar waard. Koersen zijn officiële dagkoersen; tijdens de handelsdag kunnen de uitschieters groter zijn geweest. Bekijk de koers op 7 mei 2010
Hoe de crisis begon
De Europese schuldencrisis begon niet op één dag. In oktober 2009 maakte de nieuwe Griekse regering bekend dat het begrotingstekort veel hoger was dan eerder gemeld. In de maanden daarna verloren beleggers het vertrouwen in de Griekse staatsfinanciën en liep de rente op Griekse staatsobligaties hard op.
Op 2 mei 2010 kreeg Griekenland een eerste steunpakket van 110 miljard euro van de eurolanden en het IMF. Dat was niet genoeg om de onrust te bedwingen: de vrees verspreidde zich naar landen als Portugal, Ierland en Spanje.
Het noodpakket van 10 mei
In het weekend van 8 en 9 mei 2010 kwamen de Europese ministers van Financiën met een groot vangnet, dat op maandag 10 mei werd gepresenteerd. Het pakket van in totaal 750 miljard euro bestond uit 60 miljard euro via het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), 440 miljard euro via de nieuw op te richten Europese faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) en 250 miljard euro van het IMF.
Tegelijk kondigde de ECB aan dat zij via het Securities Markets Programme (SMP) staatsobligaties van probleemlanden zou gaan opkopen. Dat was voor de ECB een grote stap, omdat zij tot dan toe nooit op die schaal staatsobligaties had gekocht. Binnen de ECB was het besluit omstreden, met name in Duitsland.
De euro onder druk
Begin mei 2010 was de euro al hard gedaald, tot rond 1,27 dollar. Op 10 mei herstelde de koers kort, maar het opluchtingseffect verdween snel. Begin juni 2010 zakte de euro tot ongeveer 1,20 dollar, het laagste niveau in ruim vier jaar. Daarna herstelde de munt in de tweede helft van het jaar weer.
Een crisis van jaren
De crisis zou nog jaren duren. Ierland kreeg in november 2010 steun, Portugal in mei 2011 en Griekenland in 2012 een tweede pakket, inclusief een afschrijving op schulden bij private beleggers. Spanje ontving in 2012 een lening voor de herkapitalisatie van zijn banken en Cyprus kreeg in 2013 steun. De EFSF werd later opgevolgd door het permanente Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM).
Het keerpunt kwam in de zomer van 2012 met de “whatever it takes”-toespraak van ECB-president Mario Draghi. Ierland verliet zijn steunprogramma eind 2013, Portugal in 2014. Griekenland had nog een derde programma nodig en verliet de noodsteun pas in augustus 2018.