Naar inhoud
$usdollar.nl
Centrale bank

Oprichting van de ECB: Wim Duisenberg wordt de eerste president

Op 1 juni 1998 werd in Frankfurt de Europese Centrale Bank opgericht, met de Nederlander Wim Duisenberg als eerste president. Op 31 december 1998 werden de definitieve omrekenkoersen vastgesteld: 1 euro werd 2,20371 gulden.

Kernfeiten

Opgericht
1 juni 1998
Zetel
Frankfurt am Main
Eerste president
Wim Duisenberg
Omrekenkoers
1 euro = 2,20371 gulden

Van EMI naar ECB

Vanaf 1994 had het Europees Monetair Instituut in Frankfurt de komst van de euro voorbereid. Begin mei 1998 besloten de Europese regeringsleiders welke landen vanaf 1999 mee zouden doen: elf lidstaten, waaronder Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië en België. Op 1 juni 1998 werd de Europese Centrale Bank (ECB) opgericht, die de taken van het instituut overnam.

De ECB kreeg één hoofdtaak: de prijzen in het eurogebied stabiel houden. Ze werd daarbij nadrukkelijk onafhankelijk gemaakt van de politiek, naar het voorbeeld van de Duitse Bundesbank.

Het belangrijkste besluitvormende orgaan van de ECB is de Raad van Bestuur. Daarin zitten de leden van de directie in Frankfurt en de presidenten van de nationale centrale banken van de eurolanden. Zo heeft ook de president van De Nederlandsche Bank een stem in het rentebeleid voor het hele eurogebied.

Een Nederlander aan het roer

De eerste president van de ECB werd Wim Duisenberg. Hij was eerder minister van Financiën en daarna jarenlang president van De Nederlandsche Bank, en had het Europees Monetair Instituut geleid. Zijn benoeming ging gepaard met politiek getouwtrek, omdat Frankrijk liever een eigen kandidaat zag. Duisenberg bleef president tot eind oktober 2003.

Dat een Nederlander de eerste ECB-president werd, was ook een erkenning van het Nederlandse monetaire beleid, dat jarenlang met succes de gulden aan de sterke Duitse mark had gekoppeld.

De omrekenkoersen liggen vast

Op 31 december 1998 legden de deelnemende landen de onherroepelijke omrekenkoersen tussen hun munten en de euro vast. Voor Nederland werd dat 1 euro = 2,20371 gulden. Op 1 januari 1999 werd de euro ingevoerd, eerst nog alleen als girale munt voor banken, financiële markten en het betalingsverkeer. Munten en biljetten volgden op 1 januari 2002.

Vanaf dat moment bepaalde niet De Nederlandsche Bank, maar de ECB de rente voor Nederland. DNB werd onderdeel van het Eurosysteem.

De euro tegenover de dollar

Toen de euro op 4 januari 1999 voor het eerst werd verhandeld, kostte hij ongeveer 1,18 dollar. Omgerekend betekende dat een dollar zo'n 1,87 gulden waard was. De start was voorspoedig, maar in de eerste jaren daalde de euro fors tegenover de dollar, tot onder de 0,85 dollar in 2000. Voor de jonge ECB was dat een eerste grote test van haar geloofwaardigheid.

Bronnen