Zwarte Woensdag: het Britse pond valt uit het Europese koerssysteem
Op 16 september 1992 moest het Verenigd Koninkrijk het pond terugtrekken uit het Europese wisselkoersmechanisme, na een massale speculatieve aanval. Ook Italië stapte uit. De crisis toonde hoe kwetsbaar vaste koersen zonder echte muntunie zijn.
Kernfeiten
- Datum
- 16 september 1992
- Uitgestapt
- Verenigd Koninkrijk en Italië
- Bekendste speculant
- George Soros
- Gevolg 1993
- Bandbreedtes verruimd tot 15%
Vaste koersen in Europa
Sinds 1979 hielden de meeste landen van de Europese Gemeenschap hun munten binnen vaste marges ten opzichte van elkaar, in het wisselkoersmechanisme (ERM) van het Europees Monetair Stelsel. De Duitse mark was de feitelijke ankermunt. Het Verenigd Koninkrijk deed sinds 1990 mee.
In 1992 kwam het systeem onder spanning. Na de Duitse hereniging hield de Bundesbank de rente hoog om de inflatie te beteugelen. Andere landen moesten meegaan om hun koers te verdedigen, ook als hun eigen economie juist een lagere rente nodig had. Het Britse pond was bovendien volgens veel waarnemers tegen een te hoge koers ingestapt. Daarbij kwam onzekerheid over het Verdrag van Maastricht, dat in juni 1992 bij een referendum in Denemarken was afgewezen.
De dag zelf
Op woensdag 16 september 1992 verkochten beleggers op grote schaal ponden. De Bank of England kocht ponden op om de koers te steunen en de Britse regering verhoogde de rente die dag van 10 naar 12 procent, met de aankondiging van een verdere stap naar 15 procent. Het hielp niet. Diezelfde avond maakte minister van Financiën Norman Lamont bekend dat het pond uit het ERM stapte.
De bekendste speculant was de belegger George Soros, wiens fonds fors had ingezet op een daling van het pond en daar naar verluidt ongeveer een miljard dollar aan verdiende. Ook de Italiaanse lire verliet het systeem en de Spaanse peseta werd gedevalueerd.
Nasleep en de rol van de gulden
De onrust hield aan. In augustus 1993 werden de toegestane schommelingen binnen het ERM verruimd tot 15 procent naar boven en beneden, waarmee het systeem in feite veel losser werd. De gulden bleef in deze turbulente periode stevig aan de Duitse mark verbonden. Nederland en Duitsland spraken af hun onderlinge koers binnen de oude, smalle marge te houden.
Lessen voor de euro
Zwarte Woensdag liet zien dat vaste koersen kwetsbaar zijn zolang landen elk hun eigen munt en hun eigen beleid houden: speculanten kunnen dan testen hoe lang een centrale bank haar koers kan verdedigen. Voor voorstanders van de euro was dat een argument om door te pakken naar één munt, zodat er tussen de deelnemende landen niets meer te speculeren viel. Het Verenigd Koninkrijk koos de andere kant op en heeft de euro nooit ingevoerd.